Raamblad 2005-1, Stichting Robinia

Zoete Kers

Zoete kers laat goede groei zien in Nederland
In 2000 is het project ĎBoskriekí afgerond. Het doel was om te komen tot gerichte promotie van de toepassing van zoete kers bij de aanleg van landgoederen, bossen en plantages. Sindsdien heeft de zoete kers een mooi plekje weten te veroveren in onze nieuwe bossen. Uit het monitoringsprogramma van Stichting Robinia blijkt de zoete kers goed te presteren in de nieuwe Nederlandse bossen.


Geschikte groeiplaatsen
Zoete kers stelt geen hoge eisen aan de groeiplaats. Zoete kers kan niet tegen hoge grondwaterstanden, maar er moet wel voldoende bodemvocht aanwezig zijn. Opvallend is dat alle onderzochte zoete kersen goed presteren op de voormalige landbouwgronden, ongeacht de grondsoort (zand, klei en veen). Wel is duidelijk de waterhuishouding van invloed. Met name op percelen met hoge grondwaterstanden of met waterstagnatie (m.n. zware klei) zien we problemen met de vitaliteit.

Groei
Uit de vergelijking van 5 verschillende zoete kersenbossen, blijkt dat de zoete kers weinig last heeft van een plantschok en vrijwel direct na aanplant gestaag doorgroeit. In de grafiek zijn per bos de ontwikkeling in de hoogte weergegeven, waarin de goede start duidelijk te herkennen is. Het tempo van groeien verschilt nogal van bos tot bos, waarbij de rijkere kleigronden een goede groei laten zien. Toch is opmerkelijk dat de zoete kers nog behoorlijk presteert op de arme veenkoloniale gronden.

Boomvorm
De zoete kers groeit zeer regelmatig en laat zich niet gemakkelijk van zijn natuurlijke bouwplan afhouden. De zoete kers vormt een zeer dominante hoofdspil met horizontaal afstaande takken. Deze takken staan bijeen op takkransen. Zolang de zoete kers vitaal is, blijft de boomvorm zeer fraai. Ook de zoete kersen op de arme veenkoloniale gronden hebben ondanks de minder snelle groei wel allemaal een mooie boomvorm.

Ziekten en plagen
Zoete kers is vrij gevoelig voor ziekten. Na aanvankelijke problemen in de jeugd met bladschimmels en kanker, blijkt de zoete kers, eenmaal ruim boven de onkruidgrens, nagenoeg ziektevrij. Schade door wild is alleen aan de jonge bomen gesignaleerd. Het betrof vooral veegschade door reeŽn. Deze schade is beperkt gebleven, met namen doordat de zware onkruiddruk op de voormalige landbouwgronden het bos ook voor de reeŽn moeilijk toegankelijk maakten.

Zoete kers in het bos
Uit het onderzoek blijkt duidelijk dat de zoete kers zeer goed presteert in monocultures. Een dichte stand kan lang worden gehandhaafd, terwijl de bomen vitaal blijven en erg slank met slechts zeer fijne zijtakken. In menging met langzaam groeiende boomsoorten loopt de zoete kers duidelijk voorop in de groei. De kers blijft een goede boomvorm houden, maar wordt snel dik en ook de takken worden dikker en blijven lang leven. Totnogtoe worden de onderstandige boomsoorten niet gehinderd door het scherm van zoete kers. In menging met de snelgroeiende boomsoorten, blijkt de zoete kers minder concurrentiekrachtig dan voorzien. Met name op de goede groeiplaatsen heeft zoete kers moeite mee te komen in de hoogte (o.a. es en esdoorn). Op de Linnerheide is in het voorjaar van 2000 zoete kers geplant nadat de kap van de Amerikaanse eiken. Het idee was dat de zoete kers de verjonging van de Amerikaanse kers voorblijft en uiteindelijk de Amerikaanse kers voorgoed het bos uit concurreert. Uit de eerste resultaten blijft echter dat de zoete kers behoorlijk geholpen moet worden om de zeer groeikrachtige Amerikaanse eik voor te blijven.

Zoete kers in plantages
Dankzij zij zeer regelmatige boomvorm is zoete kers zeer geschikt om in ruime plantafstand te planten. De kers blijft zijn goede boomvorm behouden, maar wordt snel dik en ook de takken worden dikker en blijven lang leven. Voor een takvrij stam is snoei dan ook noodzakelijk.

Geselecteerd uitgangsmateriaal
In het merendeel van de bossen is gebruik gemaakt van plantmateriaal dat geselecteerd is op goede groei en goede boomvorm. Desondanks voldoet de boomvorm in een aantal gevallen niet aan de verwachtingen. Een groot aantal bomen vertoont (zich herhalende) gaffelvorming en vormt zware zijtakken. Over het algemeen zijn in het bos meer dan voldoende goede bomen aanwezig voor de uiteindelijke eindopstand. Echter in het ruime plantageverband bestaat deze selectiemogelijkheid niet en moeten zoveel mogelijk bomen direct goed zijn. Er moet daarom voldoende aandacht worden blijven geschonken aan de kwaliteit van het uitgangsmateriaal.

Voortgang onderzoek
Het onderzoek laat zien dat de zoete kers ook in de praktijk breed inzetbaar blijkt en goed presteert. In hoeverre de zoete kers zich blijft ontwikkelen, vooral in de mengingen, zullen we de komende jaren leren.


     
Inhoudsopgave
    
Terug naar Raamblad