Raamblad 2004-2

Thuja plicata


Teelt van western red cedar in Europa
De meeste mensen kennen de Thuja plicata alleen als sierconifeer voor in de tuin. In een park is nog wel eens een volwassen boom te bewonderen, maar in het Europese bos komt hij zelden voor. Toch groeit de Thuja plicata prima in het Europese bos en levert ook nog eens uitstekend hout, het bekende western red cedar.

Meer dan een sierconifeer
Van oorsprong komt de Thuja plicata , ook wel reuzenlevensboom genoemd, uit het westen van Noord-Amerika. Pas rond 1796 is hij in Europa geïntroduceerd. Met zijn opmerkelijke uiterlijk – smalle, dichte en donkergroene kroon – werd de thuja al snel geliefd als sierboom. Inmiddels zijn er veel cultuurvariëteiten op de markt en wordt de boom met name voor hagen veel gebruikt. Toch is de thuja meer dan een sierconifeer. In zijn oorsprongsgebied kan de thuja tot 1000 jaar oud worden en een lengte bereiken van 50-75 m met een dikte van 1-5 m!!!

Duurzaam hout
Het hout van de Thuja plicata is bekend onder de handelsnaam western red cedar. Western red cedar is van nature erg duurzaam (Klasse II: 15 – 25 jaar). Deze natuurlijke duurzaamheid dankt thuja o.a. aan de inhoudstof thujaplicine die het hout resistent maakt tegen schimmels.
De bewerkbaarheid van western red cedar is zeer goed. Het hout is licht, zacht en zeer stabiel en heeft een rechte draad en fijne nerf.
Gezien de duurzaamheid, stabiliteit en bewerkbaarheid wordt western red cedar gebruikt voor tal van toepassingen, zowel binnens- als buitenshuis. Buitenshuis wordt het onbehandeld gebruikt voor rasterpalen, gevelbetimmeringen en niet te vergeten de houten dakpannen de z.g. 'shingles'. Voor dragende constructies is het hout minder geschikt vanwege de geringe sterkte.

Teelt van Thuja plicata
De thuja stelt geen erg hoge eisen aan de bodem en kan op zeer uiteenlopende gronden groeien. Wel eist hij een goede vochtvoorziening. In verband met deze behoefte aan vocht vraagt thuja een grote luchtvochtigheid.
Het is belangrijk een goede herkomst te gebruiken voor aanplant, omdat de thuja de neiging heeft tot het vormen van dubbelstammen en gaffels. Na een langzame jeugdgroei komt de thuja goed op gang en groeit snel door. De stam is recht en erg volhoutig, de diameter van de boom neemt nauwelijks af met de hoogte in de boom. Dit is zeer gunstig voor de houtkwaliteit en het uiteindelijke zaagrendement. Er worden slechts kleine zijtakken gevormd die echter maar langzaam van de boom vallen.
Thuja is een uitgesproken schaduwboomsoort die zeer goed kan overleven in de schaduw, zonder dat dit ten koste gaat van de boomvorm. Daarmee is hij uitermate goed geschikt om onder scherm op te groeien. Het beheer van thuja is zeer eenvoudig en kan worden beperkt tot het uitvoeren van dunningen om de houtaanwas van de toekomstbomen te bevorderen. Ongewenste reacties (waterlot e.d.) vertonen de bomen niet of nauwelijks.
In de VS en Canada zijn nog steeds reusachtige bosgebieden waar thuja groeit gemengd met hemlock, douglas en zilverspar, sitkaspar en lariks. In het verleden is op grote schaal gekapt waarbij men natuurlijk het eerst de dikke bomen nam zodat de echt monumentale bomen bijna alleen nog voorkomen in beschermde gebieden.

Een Europese toekomst voor thuja?
Sinds de introductie in Groot-Brittannië in 1853 zijn daar vele proefopstanden aangelegd en is veel gunstige ervaring opgedaan. Ook in Duitsland zijn sinds 1881 veel thujabossen aangelegd die er zeer goed presteren. In Nederland zijn hier en daar wat bossen aangelegd door particulieren en Staatsbosbeheer. Het zijn dikwijls mooie goed groeiende bossen en de eigenaren zijn lovend over de kwaliteit.
Thuja groeit goed, stelt weinig eisen aan de bodem en levert met een eenvoudige teeltwijze een hoge kwaliteit aan duurzaam hout. De ervaringen totnogtoe met thuja in Europa zijn goed. Thuja is dan ook een mooie aanwinst voor het Europese bos.




     
Inhoudsopgave
    
Terug naar Raamblad