Raamblad 2004-1, Stichting Robinia


Eigenwijze teelt van Limburgs hardhout


Interview met boseigenaar/bosbouwkundig adviseur Harrie Jennen

‘Het bos als melkkoe’ stond er boven een artikel uit Dagblad de Limburger van 15 november vorig jaar. In dit artikel nam boseigenaar en bosbouwkundig adviseur Harrie Jennen stelling tegen de zojuist verschenen rapport van het LEI (Landbouw Economisch Instituut), waarin werd geconcludeerd dat de Nederlandse bosbouw het afgelopen jaar wederom verliesgevend was.
Deze voormalig leraar in de wis-, natuur- en scheikunde kan echter al jaren goed rondkomen van de teelt van inlands hardhout in zijn eigen bossen. Hierbij laat hij zich vooral leiden door zijn gezond verstand.


Omdat rendabele teelt van hardhout al jaren één van de speerpunten van Stichting Robinia is, leek het Stichting Robinia interessant om af te reizen naar Limbricht (Limburg) voor een interview met deze bijzondere bosbouwer.

Van wiskundeleraar tot bosbouwer
Harrie Jennen kocht in 1983 zijn eerste bos, een populierenakker in de buurt van Susteren. Dit bos heeft hij direct gekapt en omgevormd tot een hardhoutbos met voornamelijk eik. Met de opbrengsten uit de houtverkoop en subsidies die hij kreeg voor dit bos kocht hij weer een nieuw bos.
Dit ‘trucje’ herhaalde hij een aantal malen en zo wist hij uiteindelijk circa veertig hectare bos in zijn bezit te krijgen. Hoewel deze voormalig leraar wis-, natuur- en scheikunde totaal geen bosbouwkundige achtergrond had, heeft hij zich door zelfstudie en een rationele kijk op de zaken weten te ontplooien tot een veelgevraagd bosbouwkundig adviseur. Zelfs Staatsbosbeheer en het Limburgs Landschap vragen hem om advies.
“Het begon allemaal met een paar hectare bos als hobby waarin ik mijn eigen ideeën over bosbeheer heb ontwikkeld en uitgeprobeerd. Lange tijd werd er door de professionals niet naar mijn, in hun ogen, alternatieve ideeën geluisterd. Na verloop van tijd kwamen echter steeds meer bosbeheerders in mijn bossen kijken en zag men dat mijn ideeën echt werkten. Ook begon men mij steeds meer om advies te vragen. Uiteindelijk heb ik toen besloten om er mijn beroep van te maken. Hierbij speelde bovendien mee dat het vak van leraar mij steeds minder voldoening gaf”.

Rationeel en rendabel bosbeheer
van aanleg tot kap
Harrie Jennen heeft zo z’n eigen kijk op bosaanleg en bosbeheer. Hierbij spelen vooral het achterwege laten van overbodige handelingen en het zorgvuldig uitvoeren van noodzakelijke handelingen een grote rol.
“Bos aanleggen doe je niet vanachter je bureau” stelt Harrie Jennen. Bij een nieuw aan te leggen bos gaat hij daarom eerst ter plekke kijken. Afhankelijk van de situatie ter plaatse (bodemgesteldheid, waterhuishouding etc.) wordt bepaald welke boomsoorten en inrichting het meest geschikt zijn. Hierbij kiest hij bij voorkeur voor hardhoutsoorten zoals eik, beuk en kers, omdat het hout van deze soorten nu eenmaal meer oplevert.
Harrie Jennen koopt zijn plantsoen in bij een vaste kweker, waarmee hij nauwe contacten onderhoudt. Hierdoor is altijd een goede kwaliteit van het plantsoen gewaarborgd. Wanneer het plantsoen arriveert, wordt het direct ingekuild om uitdroging te voorkomen.
De aanplant van het bos doet de Limburger allemaal zelf. Met behulp van een grondboor worden alle boompjes zorgvuldig in de grond gezet. De combinatie van kwalitatief goed plantsoen en een zorgvuldige plantwijze maakt dat hij nooit hoeft in te boeten. “Zorgvuldige aanplant geeft later lagere kosten” is zijn stelregel.
Naast een zorgvuldige aanplant is ook een zorgvuldig beheer noodzakelijk. Met name de teelt van kwalitatief hoogwaardig hardhout vergt de nodige aandacht. “Je moet daarom ook het hele jaar door het bos monitoren. Je moet in beeld hebben welke onderdelen van je bos wel functioneren en welke onderdelen niet.”
Omdat een grote zorgvuldigheid in aanleg en beheer kosten met zich meebrengt, rijst de vraag hoe Harrie Jennen het beheer van zijn bosbezit toch rendabel weet te houden? Hiervoor hanteert de Limburger de stelregel dat de inrichting en het beheer van een bos functioneel en economisch rendabel moet zijn. Bij de inrichting van een bos maakt hij bijvoorbeeld de verschillende beheersvakken zo groot dat een harvester (oogstmachine) er met gemak om heen kan rijden en alle delen van het vak van buitenaf kan bereiken. De paden voor de harvester worden volgeplant met vulhout, boomsoorten met weinig (economische) waarde. Bij de oogst hoeft de harvester dan niet het beheersvak met het waardevolle hout in te rijden.
Een ander voorbeeld van rationeel en rendabel werken is dat Harrie Jennen bij het dunnen van niet-oogstbare bomen de bomen gewoon op borsthoogte afzaagt. “Dat werkt veel sneller en ik spaar mij rug ermee!”. De uiteindelijke opbrengsten uit het bos moeten volgens de Limburger komen uit de verkoop van kwaliteitshout. Voor kwalitatief goed kersen- en eikenhout wordt namelijk een veel hogere prijs betaald dan voor het bulkhout dat afkomstig is van dennen- of populierenakkers.
Harrie Jennen stoort zich daarbij niet aan het feit dat productiebossen in Nederland eigenlijk ‘not done’ zijn. Hij vindt bovendien dat we in Nederland meer onze eigen verantwoordelijkheid moeten nemen als het gaan om houtgebruik en houtproductie. “Wanneer internationaal gezien onze houtvoorziening in het gedrang komt, gaan we kijken naar onze inlandse houtvoorziening. Dan is het eigenlijk al te laat.”
Subsidies die de overheid verstrekt aan boseigenaren zijn een mooie aanvulling op de inkomsten uit houtverkoop. Bovendien zorgen subsidies voor inkomsten tijdens de periode van aanleg. In deze perdiode kost het bos veelal alleen maar geld. Bij de inrichting en het beheer van een bos moet je je volgens Harrie Jennen echter niet laten leiden door subsidies: “Subsidies bieden een extra inkomstenbron voor de boseigenaren, ze mogen echter niet de volledige bedrijfsvoering bepalen.”

Toch is Harrie Jennen is geen harde econoom die het bos alleen ziet als een winstgevend bedrijf. “Ik ben te gast in mijn eigen bossen. Bij het beheer van mijn bossen richt ik me op het optimaal functioneren van het bossysteem. Daarbij hoort ook het dat ik soms oude knoestige of dode bomen laat staan vanwege hun natuurwaarde.”

Tot slot
Stichting Robinia onderschrijft dit soort particuliere initiatieven waarbij de teelt van inlands hardhout op een creatieve wijze wordt ingevuld en gepropageerd. Harrie Jennen bewijst bovendien dat je hierbij best mag afwijken van de geijkte paden. Hij stelt echter wel: “Ik heb het wiel niet zelf uitgevonden, ik heb het alleen maar leren maken.”.

Overige bronnen:
Egbert Hanssen “Het bos als melkkoe” In: Dagblad de Limburger 15-11-2003





     
Inhoudsopgave
    
Terug naar Raamblad