Raamblad 2004-2

Gründlich onderzoek naar houtproducerende boomsoorten


120 jaar onderzoek naar niet-inheemse boomsoorten in Brandenburg
Verslag van een bezoek aan de Landesforstanstalt Eberswalde (Dld)


Op relatief kleine schaal wordt er door de Stichting Robinia geëxperimenteerd met niet-inheemse veelbelovende houtsoorten. Vanzelfsprekend is Stichting Robinia niet de enige Europese organisatie die zich hiermee bezighoudt. In de Duitse deelstaat Brandenburg wordt door de Landesforstanstalt Eberswalde sinds 1880 op grote schaal geëxperimenteerd met Noord-Amerikaanse en Japanse boomsoorten.
Vier medewerkers van Stichting Robinia reisden deze zomer af naar het Oosten van Duitsland voor een bezoek aan de Landesforstanstalt Eberswalde in Brandenburg. Daar werden zij ontvangen door Professor Karl-Willi Lockow, hoofd van de afdeling Waldwachstum, voor een rondleiding door enkele proefvlakken met niet-inheemse boomsoorten.


Landesforstanstalt Eberswalde
De Landesforstanstalt Eberswalde is het onderzoeksinstituut voor bos en bosbouw van het Ministerie voor Landbouw, Ruimtelijke ordening en Milieu van de Duitse deelstaat Brandenburg. Dit onderzoeksinstituut is in 1871 opgericht als hoofdstation van het bosbouwkundig onderzoek in het toenmalige Pruisen. Sindsdien is het station uitgegroeid tot een onderzoeksinstituut van grote nationale en internationale betekenis.

Ontstaan van onderzoek naar niet-inheemse boomsoorten in Brandenburg
Rond 1880 ontstond er in Brandenburg, toen nog onderdeel van Pruisen, een grote vraag naar hout. Omdat de inheemse boomsoorten niet voldoende hout opleverden, ontstond het plan om te gaan experimenteren met (snelgroeiende) niet-inheemse boomsoorten. In het voorjaar van 1880 werd door de toenmalige minister van Landbouw, Domeinen en Bosbouw de opdracht gegeven om een onderzoeksproject te starten waarbij op grote schaal de teeltmogelijkheden van niet-inheemse boomsoorten in Brandenburg werden onderzocht.
In 1881 werden de eerste proefvlakken met Amerikaanse boomsoorten aangelegd. Enkele jaren later, in 1886, volgden proefvlakken met Japanse soorten. In de loop der tijd zijn er door allerlei omstandigheden (o.a. twee wereldoorlogen) proefvlakken verdwenen en in de loop der tijd weer gedeeltelijk opnieuw aangelegd. Tot voor kort werden er incidenteel nog nieuwe proefvlakken aangelegd. Dit heeft uiteindelijk geresulteerd in enkele tientallen proefvlakken met 28 niet-inheemse boomsoorten. Vanaf het jaar van aanleg is in de proefvlakken jaarlijks de groei (hoogte- en diametergroei) van de bomen gemeten. Verder zijn van elk proefvlak de groeiplaatsomstandigheden, het gevoerde beheer en de eventuele ziekten en plagen uitvoerig gedocumenteerd.

Betekenis van langdurige onderzoek naar niet-inheemse boomsoorten
Omdat sinds de aanleg in alle proefvlakken elk jaar metingen zijn verricht, zijn er meetreeksen ontstaan die soms meer dan 120 jaar bestaan. Hierdoor is er een goed beeld ontstaan van de groei en de teeltmogelijkheden van verschillende Amerikaanse en Japanse boomsoorten in Brandenburg. Met name de soorten thuja, douglas, Amerikaanse eik, reuzen zilverspar en Japanse lariks laten onder de Brandenburgse groeiplaatsomstandigheden een goede groei zien.
Om een goed beeld te krijgen van de groei en ontwikkeling van bossen tijdens hun lange levenscyclus zijn langdurige en permanente proefvlakken onontbeerlijk. De groei en ontwikkeling van een boom tijdens zijn jeugdfase zegt niets over de prestaties in zijn latere leven. Een reactie op bepaalde groeiplaatsomstandigheden of vatbaarheid voor ziekten kan bij boomsoorten pas op latere leeftijd naar voren komen. Door allerlei onvoorziene omstandigheden, variërend van krimpende onderzoeksbudgetten tot stormen en oorlogen,gebeurt het maar zelden dat dit soort proefvlakken langer stand houden dan 20 tot 25 jaar. Dit maakt de proefvlakken van de Landesforstanstalt Eberswalde zo uniek en waardevol.

Mogelijkheden voor Nederland
Van de vijf hierboven genoemde boomsoorten die in Brandenburg goed presteren, is vooral van de laatste vier soorten bekend dat zij ook onder de Nederlandse omstandigheden een goede groei en ontwikkeling vertonen. Met de thuja (Thuja plicata D. DON.) heeft men in Nederland minder ervaring. Deze boomsoort blijkt in Brandenburg een uitzonderlijk goede groei te vertonen (tot 50% hoger dan grove den) en heeft bovendien gunstige houteigenschappen (o.a. hoge duurzaamheid en goede bewerkbaarheid). Hoewel de groeiplaatsomstandigheden in Brandenburg verschillen van de Nederlandse omstandigheden, kan de soort toch een interessante aanwinst zijn voor het Nederlandse bos. De thuja is in Nederland weliswaar al op kleine schaal aangeplant, maar voor zover bekend is er nog geen structureel onderzoek gedaan naar de groei en ontwikkeling van thuja in Nederland. Stichting Robinia is daarom in twee van haar voorbeeldbossen gestart met het monitoren van de groei en ontwikkeling van de thuja.

Meer info
Landesforstanstalt Eberswalde: www.lfe.brandenburg.de
Literatuur : Frommhold, H. et al., 2002. Ausländische Baumarten in Brandenburgs Wäldern . Eberswalde, Landesforstanstalt Eberswalde.



     
Inhoudsopgave
    
Terug naar Raamblad