Raamblad 2006

Douglas,
Nederlands naaldhout met brede toepassingsmogelijkheden


Bij de term Europees kwaliteitshout wordt er vaak gedacht aan loofhoutsoorten zoals robinia, tamme kastanje, eik en es. Het Nederlandse bos herbergt echter ook een aantal naaldhoutsoorten die voor veel toepassingen een goed alternatief vormen voor tropisch hardhout. Eén van deze naaldhoutsoorten is de douglasspar of kortweg douglas.

Herkomst en groeiplaats
De douglas (Pseudotsuga menziesii) is afkomstig uit het westen van Noord-Amerika en is rond 1850 in Nederland geïntroduceerd. Tegenwoordig beslaat de soort ca. 7-8% van het Nederlandse bosareaal. De douglas is in het verleden veelal aangeplant in monoculturen. Veel van deze monoculturen worden tegenwoordig in het kader van multifunctioneel en natuurgericht bosbeheer omgevormd naar meer gemengd bos. De douglas heeft een tamelijk dichte, regelmatige en piramidevormige kroon. In de jeugd is de bast glad, maar naarmate de boom ouder wordt krijgt de bast een dikke bruine schors met diepe groeven. De naalden van de douglas zijn 2 tot 3 cm lang en donkergroen van kleur. Douglas is een halfschaduwsoort. Dit wil zeggen dat de soort in de jeugd schaduw verdraagt en op latere leeftijd een steeds grotere lichtbehoefte krijgt. De boom gedijt het beste op voedselrijke, leemhoudende zandgronden met een goede vochtvoorziening en een constante grondwaterstand tussen de 40 en 120 cm beneden maaiveld.

Concurentiekracht
De soort beschikt over een grote concurrentiekracht ten opzichte van andere in Nederland veel voorkomende boomsoorten zoals grove den, lariks, fijnspar, berk, beuk en eik. Bovendien verjongt douglas zichzelf makkelijk door middel van zaad. De zaailingen vormen vaak een dichte mat op de bosbodem. Omdat de douglas zich zo massaal verjongt en een grote concurrentiekracht heeft ten opzichte van inheemse boomsoorten, wordt de douglas door sommige bosbeheerders als een plaag gezien. Door bij het beheer te sturen in de dichtheid van het kronendak, kan de lichtbeschikbaarheid onder het kronendak (op de bosbodem) worden bepaald. Bij een lage lichtbeschikbaarheid of bij te veel zonnestraling kan de groei en ontwikkeling van douglas verjonging worden geremd. Zo krijgen inheemse boomsoorten zoals beuk en berk de kans zich in een douglas opstand te vestigen.

Groeikracht
De douglas is één van de snelst groeiende en productiefste houtsoorten in het Nederlandse bos. De boomsoort kan in Nederland hoogtes bereiken van meer dan 40 meter. Douglas wordt veelal geteeld in omlopen van 40 tot 100 jaar. Tussen de 10 en 20 jaar wordt veelal paalhout geoogst. Na 40 jaar kan (zwaarder) zaaghout worden geoogst. Afhankelijk van de groeiplaats bereikt een douglas in bosverband bij een leeftijd van 50 jaar een hoogte van 20 tot 30 meter en een diameter van 20 tot 35 cm.

Houteigenschappen
Het hout van de douglas afkomstig uit Noord-Amerika wordt hier verkocht onder de handelsnaam Oregon pine. De in Nederland en België geteelde douglas wordt echter verkocht onder de naam (inlands) douglas. Het kernhout van inlands douglas heeft over het algemeen een lichtrode tot bruinrode kleur. Het hout valt in de duurzaamheidsklasse III. Dit betekent dat het hout matig duurzaam is, met een levensduur in contact met de grond van 10 tot 15 jaar. Douglas is daarmee één van de duurzaamste naaldhoutsoorten in Nederland. Het hout heeft veelal een rechte draad en droogt snel zonder al te veel scheuren en vervorming. Na het drogen wordt het hout zeer hard. Douglas is sterk harshoudend. Bij de (oppervlakte)afwerking dient hiermee rekening te worden gehouden. Het hout laat zich makkelijk bewerken. Bij het spijkeren of schroeven van het hout kan echter om splijten te voorkomen het hout het beste worden voorgeboord.

Toepassingen
Het hout van de douglas kent vele toepassingmogelijkheden zowel binnen als buiten. Enkele toepassingen zijn: ramen en kozijnen, vloeren, meubels, hekken en bruggen. Douglas wordt bovendien toegepast in de scheepsbouw. Het hout wordt verder gebruikt in de dragende constructies in de bouw (balken, binten etc) en is uitermate geschikt voor gevelbetimmering (bijv. potdekselwerk). Voor de meeste buitentoepassingen kan douglas onbehandeld (niet geïmpregneerd, gebeitst of geverfd) worden toegepast, mits het hout niet in contact komt met de grond. Het hout mag nat worden, zolang het vervolgens maar weer kan opdrogen. Douglas is goed verkrijgbaar in Nederland. In 2000 werd er in Nederland ca. 105.000 m3 douglas verwerkt. Hiervan kwam 96% uit het Nederlandse bos. Douglas vormt daarom een belangrijke inkomstenbron voor de Nederlandse boseigenaar.

Volgens Stichting Robinia is douglas één van de meest waardevolle houtsoorten uit het Nederlandse bos. De soort biedt tal van mogelijkheden en voordelen voor zowel de bosbouwsector als de houtbranche. De soort leek weliswaar een tijdje te zijn vergeten als Nederlandse kwaliteitshoutsoort. Echter de laatste jaren wordt inlands douglas steeds meer gebruikt in hoogwaardig toepassingen zoals gevelbetimmeringen, constructiehout en vloeren.

Geraadpleegde literatuur
  • Dirkse, G.M., W.P. Daamen, H. Schoonderwoerd & J.M. Paasman. 2003. Meetnet functievervulling bos. Het Nederlandse bos 2001-2002. Ede, Expertisecentrum LNV.
  • Fraanje, P.J. 1999. Natuurlijk bouwen met hout. 33 boomsoorten die zich thuisvoelen in Nederland. Utrecht, Uitgeverij Jan van Arkel.
  • Gilman, E.F. & D.G. Watson. 1994. Pseudotsuga menziesii. Douglas-fir. Fact Sheet. Washington, USDA Forest Service.
  • Goor, C.P. van. 1995. Schovenhorst: natuurlijke verjonging, genetische kwaliteit en uiterlijke kenmerken van Douglasopstanden. Putten, Stichting Schovenhorst.
  • Goor, C.P. van, K.R. van Lynden & H.A. van der Meiden. 1974. Bomen voor nieuwe bossen. Arnhem, Koninklijke Nederlandsche Heide Maatschappij.
  • Jansen, P.A.G. 2001. Stormen hebben tol geëist. Bos en Hout Berichten nr. 4. Wageningen, Stichting Bos en Hout.
  • Oosterbaan, A. 2000. Boeren met bomen. Wageningen, Alterra.
  • Stichting Bos en Hout. 2000. Kerngegevens Bos, Hout en Papier in Nederland. Wageningen, Stichting Bos en Hout.
  • Voorhoeve, A.G. & M. Honteleze (Red.). 1996. Bosplantsoen. Arnhem, IPC Groene Ruimte.
  • Wiselius. S.I. 1999. Hout Vademecum. Almere, Centrum Hout.



     
Inhoudsopgave
    
Raamblad